Prachtlandschap Noord-Holland!
Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018

West-Friesland Oost

Context

De Westfriese Omringdijk vormt een herkenbare omlijsting van het oude zeekleilandschap van West-Friesland. In het Westfriese landschap zijn lokale landschappelijke verschillen ontstaan door de ontstaansgeschiedenis, de strijd tegen het water, de ligging en vooral de groei van de steden, de mate van ruilverkaveling en de huidige dynamiek. Het oostelijk deel van West-Friesland heeft landschappelijk gezien veel verwantschap met West-Friesland Midden en West, maar heeft wel deels een eigen ontstaansgeschiedenis en karakteristieken. Dit oostelijk deel vormt tevens de kust van het IJsselmeer en het Markermeer. In dit ensemble herinneren de karakteristieke binnensteden van Medemblik, Enkhuizen en Hoorn aan het Zuiderzee- en VOC-verleden. Deze steden zijn de grotere kernen, waarvan Hoorn nog enigszins in de invloedsfeer van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) ligt. De spoorlijnen vanuit Alkmaar en Amsterdam via Hoorn naar Enkhuizen, de snelweg A7, de Houtribdijk en de toekomstige Westfrisiaweg verbinden dit gebied met de omgeving.

 

Andijk - Vleetweg © Theo Baart

Ontstaansgeschiedenis

West-Friesland is ontstaan uit grote hoeveelheden sediment die zijn afgezet door het Zeegat van Bergen. Dit getijdebekken, dat tot ver in het binnenland reikte, zorgde voor opslibbing van zand en klei uit zee. Hierop vestigde zich al vroeg een groot aantal mensen in een relatief hoge dichtheid. West-Friesland is dan ook een archeologisch waardevol gebied, met in de bodem relicten van nederzettingen uit Steentijd, Bronstijd, IJzertijd en Romeins tijd (zie ook archeologie). Vooral de resten uit de Midden- en Late-Bronstijd uit oostelijk West-Friesland zijn uniek.

Vanaf de IJzertijd vernatte het gebied waardoor er veen tot ontwikkeling kwam. Dit maakte het gebied ongeschikt voor bewoning. Vanaf de vroege middeleeuwen werd het veen in ontginning genomen. Om het gebied te ontwateren werden vanuit bestaande veenrivieren parallelle sloten het veen in gegraven. Op de droge toplaag kon men vervolgens wonen en akkers aanleggen. Een deel van de ontginningen werd beperkt door natuurlijke grenzen of bezitsgrenzen maar elders trok men onder druk van de bodemdaling steeds verder het veen in – net als in andere veengebieden. Om droge voeten te houden werden de nederzettingen verplaatst naar de hoogste plaatsen in het landschap, ten oosten van Hoorn en bij Medemblik lagen veel nederzettingen op kreekruggen. Kreekruggen zijn kronkelende zandbanen die op veel plaatsen in West-Friesland voorkomen. De zandbanen zijn met zand opgevulde restanten van voormalige getijgeulen. Er zijn twee hoofdtakken. De noordelijke hoofdtak loopt vanaf Hoogwoud via Abbekerk, Twisk en Opperdoes naar Medemblik. De zuidelijke hoofdtak loopt vanaf Hoogwoud via Wognum ten noorden langs Hoorn naar Wijdenes en verder richting Enkhuizen.
De meeste nederzettingen in de veenontginningen kregen de vorm van langgerekte linten. Veel plaatsnamen in West-Friesland eindigend op –woud, -woude en –broek (zoals Westwoud en Grootebroek) herinneren nog aan het onontgonnen landschap en de veenvegetatie. Het veenpakket dat zich eerder op de kleibodem had ontwikkeld, is inmiddels verdwenen door oxidatie. Het gebied heeft echter wel de ruimtelijke karakteristieken van een veenontginningsgebied behouden. Doordat de gronden ter weerszijden van de opgevulde getijdegeulen zijn ingeklonken en het zand in de geulen niet, zijn deze met zand gevulde geulen nu lichte verhogingen in het landschap. Dit noemt men reliëfinversie.

Vanaf omstreeks de 11e eeuw begon men met het aanleggen van dijken om de veenontginningen tegen inbraken van de zee te beschermen. Vanaf de tweede helft van de 13e eeuw vormden deze dijken één geheel: de Westfriese Omringdijk. Door de gesloten dijk nam de invloed van de zee sterk af. De Omringdijk onderging na aanleg nog flinke veranderingen door de vele doorbraken en achter zwakke dijktracés werden inlaagdijken (reservewaterkeringen) aangelegd. In de late middeleeuwen trachtte Graaf Floris V West-Friesland aan zich te onderwerpen door dwangburchten – waaronder kasteel Radboud bij Medemblik– te bouwen langs de dijk. Nog altijd vormt de Omringdijk door zijn hoogte en als scheiding tussen landschapstypen die in verschillende periode zijn ontstaan, de markante begrenzing van het oude zeekleigebied.

 

Uitsnede historische kaart 1850 (Topotijdreis)
Uitsnede hoogtekaart (Actueel Hoogtebestand Nederland)

 

West-Friesland lag lange tijd aan zee en aan meren. Na de drooglegging van onder andere de Beemster en de aanleg van de Wieringermeerpolder werd de Westfriese Omringdijk steeds meer de scheiding tussen oud en nieuw land. In dit ensemble doet vrijwel de gehele Westfriese Omringdijk nog dienst als primaire waterkering voor het IJsselmeer en het Markermeer.

Rond 800 was Medemblik al een belangrijke havenstad langs het Vlie op de vaarroute naar Dorestad. In de periode tussen 1400 en 1600 was de handel en scheepvaart op het Oostzeegebied (hout en graan) en het Middellandse Zeegebied (zout) van groot belang voor West-Friesland. Enkhuizen ontwikkelde zich in die tijd tot haven met een grote haringvloot. De Verenigde Oostindische Compagnie, opgericht in 1602, zorgde voor een bloei van de handel. Zuiderzeesteden als Hoorn, Enkhuizen en Medemblik groeiden in die periode uit tot vooraanstaande havensteden. Vanaf 1800 zakte deze handel in en verloren de steden deels hun betekenis.

Vanaf 1660 werd Hoorn via de Vijfstedentrekvaart verbonden met Amsterdam, Edam, Monnickendam en Purmerend zodat er tussen de steden een regelmatig personenvervoer mogelijk werd. In 1884 werd Hoorn via het spoor verbonden met Zaandam, een jaar later werd ook Enkhuizen toegevoegd aan deze lijn. Een stoomtram verbond Hoorn in 1887 met Medemblik.

Het gebied kende lang vooral een agrarisch gebruik (akkerbouw en fruitteelt). Het grootste deel van het transport ging over water. Polder het Grootslag was bijvoorbeeld een ‘vaarpolder’ met een zeer beperkt aantal wegen. Als onderdeel van de intensivering en structuurverbetering van de Nederlandse landbouw vonden in de tweede helft van de 20e eeuw grootschalige ruilverkavelingen en daarmee schaalvergroting plaats. Het landschap werd getransformeerd, maar dat gebeurde niet overal op dezelfde manier of in dezelfde mate. In polder Het Grootslag is het landschap in de jaren 80 bijvoorbeeld ingrijpend getransformeerd, veel sloten werden gedempt en er werd een wegennetwerk aangelegd. De ecologische zone in de polder verwijst nog naar de vaarpolderstructuur die er vroeger was. Langs de Markermeerdijk tussen Hoorn en Enkhuizen is het historische landschap nog zichtbaar.

Sindsdien is het beeld van het agrarisch landschap onder invloed van schaalvergroting van agrarische bebouwing verder gewijzigd. In delen van polder het Grootslag bijvoorbeeld begint het agrarisch platteland meer de verschijningsvorm van een bedrijventerrein te krijgen. Het gebied ten zuiden van Andijk is ingericht als glastuinbouwgebied. Andere delen van het ensemble zijn in de laatste decennia van de vorige eeuw flink verstedelijkt, bijvoorbeeld bij Hoorn, Medemblik, Enkhuizen, Hoogkarspel, Bovenkarspel en Wervershoof.

Wijdenes - Zuiderdijk © Theo Baart
Kernwaarden in het ensemble en overzichtskaart

Ensemble West-Friesland Oost staat hieronder beschreven aan de hand van drie provinciale kernwaarden:

  • de landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen.
  • openheid en ruimtebeleving: de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten.
  • de ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. Denk hierbij aan bebouwingslinten, bomenlanen en dijken.

 

Overzichtskaart
klik voor grotere afbeelding

Landschappelijke karakteristiek

West-Friesland Oost is een oud zeekleilandschap met de karakteristiek van een veenontginningsgebied. Kenmerken zijn de lange veenlinten en opstrekkende kavels haaks op de linten. De ligging van de linten is afhankelijk van de richting van de ontginningen en vaak sterk gerelateerd aan de ondergrond (de hooggelegen kreekruggen). Waterlopen als de Kadijk, de Gouw, de Groote Vliet en de Molensloot zijn enkele relicten van het ooit waterrijke landschap. De kronkelende dijken en de braken en wielen zijn het resultaat van de lange strijd tegen het buitenwater.

Langs de IJsselmeerkust tussen Medemblik en Enkhuizen, aan de Westfriese Omringdijk, liggen buitendijkse gebieden, die behoren tot het voormalig Zuiderzeelandschap. Samen met de kleinschalige gebieden binnendijks vormt dit een afwisselende kustzone, waar binnen- en buitendijks land een duidelijke relatie met elkaar hebben. Buitendijks liggen diverse recreatiegebieden en -voorzieningen, zoals de Vooroever bij Onderdijk en het Enkhuizerzand bij Enkhuizen, een kunstmatig opgehoogd buitendijks recreatiegebied met onder andere het Zuiderzeemuseum, een camping en een zwembad. Aan de dijk liggen ook bijzondere waterhuishoudkundige elementen zoals de Koopmanspolder en spaarbekken. De polder waar tegenwoordig Bungalowpark het Grootslag in ligt is ooit aangelegd als proefpolder voor de Zuiderzeewerken. Aan de binnenzijde van de Omringdijk liggen kernen als Medemblik, Wervershoof en Andijk. Tussen de kernen ligt lintbebouwing en hier liggen de recreatiegebieden aan De Groote Vliet en de Kleine Vliet. Het gebied ten oosten van Twisk (beschermd dorpsgezicht), Oostwoud en Hauwert bestaat nog uit historisch, niet ruilverkaveld landschap.

In Polder het Grootslag is het oorspronkelijke karakter van het gebied door de ruilverkaveling verloren gegaan. De vaarverkaveling is verdwenen en het gebied is nu relatief grootschalig van opzet. Veel sloten zijn gedempt en wegen zijn aangelegd om het gebied te ontsluiten. Samen met de nieuwe agrarische bebouwing die in omvang toeneemt, ontstaat een nieuw landschap. Alleen de oost-west lopende ecologische zone Natte Cel met de Kadijk en de noord-zuidsloten (zoals de Molensloot en Kanthoeksloot) herinneren aan de originele vaarverkaveling.

Het gebied tussen Hoogkarspel en Enkhuizen, langs het oude lint Streekweg-Hoofdstraat, is de laatste decennia flink verstedelijkt. De ruimte tussen Hoorn en Hoogkarspel wordt opengehouden en hier is, ondanks de infrastructuur, de smalle opstrekkende verkaveling nog herkenbaar.

Tussen Enkhuizen en Hoorn vormt de Westfriese Omringdijk een scherpe grens tussen land en water. De dijk is hier meer belast door wind en golven en voorland ontbreekt vrijwel geheel. Aan de binnenzijde, bij Wijdenes en Schellinkhout, is het historische landschap met een fijnmazige verkaveling, boomgaarden (fruitteelt), historische linten en waterlopen nog redelijk intact gebleven.

Openheid en ruimtebeleving

Dit oostelijke deel is het minst open ensemble van West-Friesland. Het verloor de grootschalige openheid door de aanleg van woongebieden, bedrijventerreinen en agrarische bebouwing en is nu matig open tot gesloten. In het kleinschalige landschap aan de Markermeerdijk, tussen Hoorn en Enkhuizen, is het oorspronkelijke landschap en de openheid het best bewaard gebleven. Aan beide zijden van het lint is het landschap open (de zogenaamde ‘gedeelde ruimte’). Ook de gebieden ten noordoosten van Hoorn en ten noorden van Enkhuizen zijn nog open tot zeer open.
De Westfriese Omringdijk vormt door zijn hoogte en herkenbare dijkprofiel een duidelijke begrenzing van de meer open gebieden in West-Friesland (Oost). Vanaf de dijk tussen Hoorn en Enkhuizen is de grote open maat van het IJsselmeer en het Markermeer goed te beleven, tussen Enkhuizen en Medemblik wordt het zicht soms belemmerd door een tussenzone van buitendijks land, beplanting en recreatievoorzieningen.

Verspreid door West-Friesland Oost staan enkele molens als markante objecten in het landschap.

Ruimtelijke dragers

De Westfriese Omringdijk markeert de begrenzing van het oude zeekleigebied. Dit is een provinciaal monument en een ruimtelijke drager van regionale betekenis (zie structuur Westfriese Omringdijk). De dijk is door de scheiding water en land, het steile profiel en de grote hoogte zeer herkenbaar in het landschap. Van oorsprong vormt de dijk een belangrijke verbinding tussen de steden. Nu is de dijk vooral een recreatieve verbinding en veel van deze steden en kernen zijn een van rijkswege beschermd stadsgezicht. Bij Enkhuizen is de markante Zeemuur te vinden die de waterkering vormt voor het oostelijke deel van de binnenstad.

In het Westfriese landschap zijn de ontginningsstructuren, vaarten en dijkwegen de belangrijkste lokale structuurlijnen. De lintdorpen zijn beeldbepalend en zijn van oudsher de ruimtelijke dragers van verstedelijking en van stolpenreeksen. De linten zijn vaak gelegen op de kreekruggen (Schellinkhout, Wijdenes, Oosterblokker, Opperdoes) en op oude dijken (Zwaagdijk, Andijk).
Linten zijn soms heel uitgestrekt, rechtlijnig en verstedelijkt, bijvoorbeeld tussen Hoorn en Enkhuizen en hebben soms een grilliger verloop, zoals in Schellinkhout en Oosterleek. In veel van deze linten vindt geleidelijke verdichting en uitbreiding plaats met een mix aan functies van een verschillende omvang (zoals wonen, agrarische functies, handelsbedrijven, recreatieve functies, maneges etc.). Hoe meer het lint verdicht hoe meer divers de functies en de maat en schaal van de bebouwing. Soms is het moeilijk de grens tussen kern (bebouwde kom) en landelijk lint vast te stellen. Verdere groei van bebouwing aan en langs de linten leidt tot verdere verdichting van het landschap en het verdwijnen van doorzichten en open gebieden. Er zijn ook linten die inmiddels zodanig verdicht zijn dat er vanaf het lint weinig tot geen doorzichten naar het landschap meer zijn.
Langs enkele linten staan reeksen stolpboerderijen zoals in Schellinkhout, Wijdenes, Oosterblokker, Westwoud en Venhuizen (zie structuur Stolpenstructuren).

De grotere waterlopen als de Kadijk, de Groote Vliet en de Molensloot en de parallel hieraan gelegen sloten vormen herkenbare lijnen in het landschap. Datzelfde geldt voor de grotere dijkstructuren zoals de Zwaagdijk. De Natte Cel is een ecologische ruimtelijke drager, deels met opgaande beplanting.

De deels beplante (provinciale) wegen tussen Hoorn en Enkhuizen vormen vooral aan de oostzijde dragers voor (grootschalige) ruimtelijke ontwikkelingen.

De hoger gelegen historische spoorlijn tussen Hoorn en Medemblik en de stations (onder andere Twisk en Opperdoes) vormen samen ook een ruimtelijke drager.

Dynamiek

De stedelijke dynamiek slaat hier vooral neer rond Hoorn en in mindere mate in Enkhuizen en Medemblik. De toekomstige Westfrisiaweg (N23) verbindt dit gebied met Alkmaar en via de Houtribdijk met Flevoland.

De agrarische sector zorgt met bijvoorbeeld de fruitteelt, glastuinbouw, bollenbroeierijen, en zaadveredeling voor veel dynamiek in het landschap. Zeker ook in polder het Grootslag dragen deze sectoren bij aan een geheel eigen landschapsbeeld met omvangrijke bouwkavels en grote gebouwen, refererend aan het beeld van een bedrijventerrein. Het gebied ten noorden en westen van Enkhuizen is aangewezen als een van de twee zaadveredelingsconcentratiegebieden in Noord-Holland. Het gebied ten zuidoosten van Wervershoof is aangewezen als glastuinbouwconcentratiegebied. Daarnaast vindt schaalvergroting en functieverbreding op de agrarische erven plaats.

Ook de energietransitie zal ruimte vragen, bijvoorbeeld in de vorm van zonneakkers en windpark Westfrisia. Op de overgang met West-Friesland Midden bevindt zich een van de zoekgebieden van het provinciale Wind op Land-beleid.

Ook de vrijetijdseconomie en de nautische sector zijn goed vertegenwoordigd en groeien, mede dankzij de ligging aan het IJsselmeer en het Markermeer. De kusten bieden samen met het cultuurhistorisch landschap, de Westfriese Omringdijk, de historische steden als Hoorn, Enkhuizen en Medemblik en de jachthavens een breed palet aan toeristisch-recreatieve bestemmingen.

Bij de IJsselmeer- en de Markermeerkust vindt, van noord naar zuid, dijkverzwaring plaats. Tussen Medemblik en Hoorn is dit uitgevoerd en ten zuiden van Hoorn zal dat de komende jaren gebeuren. Bij Wervershoof is de Koopmanspolder gerealiseerd, een natuurgebied en een proeftuin voor het waterbeheer van de toekomst.

Delen van dit ensemble zijn beleidsmatig beschermd. Ten oosten van Hoorn, ten noorden van Enkhuizen en ten zuidwesten van Medemblik ligt weidevogelgebied. Er zijn meerdere kleine gebieden opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zoals de ecologische zone langs de Kadijk. Er is een aardkundig waardevol gebied rond de Groote Vliet. Er zijn drie stiltegebieden, aan oostzijde van Hoorn en aan de noord- en westzijde van Enkhuizen. Geheel West-Friesland is archeologische waardevol gebied. De binnensteden van Hoorn, Enkhuizen en Medemblik zijn grotendeels beschermd stadsgezicht. De stations van de historische spoorlijn Hoorn-Medemblik zijn provinciaal monument. Ook de Westfriese Omringdijk is provinciaal monument.

West-Friesland Oost

Ambities en Ontwikkelprincipes

De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen:

  • bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek
  • bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en
  • helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.

Onderstaande ambities en de bijbehorende ontwikkelprincipes zijn vertrekpunt bij het streven naar ruimtelijke kwaliteit.

De ambities en ontwikkelprincipes zijn onder andere gebaseerd op het Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk (Feddes/Olthof, Grontmij in opdracht van provincie Noord-Holland, 2009), Een dijk van een regio, structuurschets Westfriesland (Urhahn | stedenbouw & strategie, in opdracht van de zeven Westfriese gemeenten, 2017) en de Handreiking Ruimtelijke inpassing Bollenbroeierij het Grootslag (PARK-advies provincie Noord-Holland, 2016).

1. De karakterverschillen in het kustlandschap blijven uitgangspunt

Het Westfriese kustlandschap is divers. Tussen Medemblik en Enkhuizen ligt aan weerszijden van de dijk afwisselend landschap – nu eens water, dan weer land binnen- en buitendijks land. Tussen Enkhuizen en Hoorn vormt de dijk juist een scherpe overgang tussen het binnendijkse romantische landschap en het water aan de andere zijde. De Westfriese Omringdijk is de continue ruimtelijke structuur die dit alles aan elkaar bindt.

Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij:

  • het benadrukken van de karakterverschillen tussen de noordelijke en de zuidelijke kustzone.

Noordelijke kustzone Medemblik-Enkhuizen:

> Versterk, als de kansen zich voordoen, de dijk met de routes eroverheen als verbindend element tussen de buitendijkse voorlanden aan de ene kant en het fijnmazige binnendijkse landschap aan de andere kant.
> Versterk het publiek toegankelijke groen-blauwe raamwerk met de afwisseling van natuur, recreatie, kernen, en water. Behoud ook de variatie in de mate van openheid.
> Houd vanaf de dijk zicht op het water en vice versa.
> Bouw de recreatieve, ecologische en cultuurhistorische betekenis van de kustzone, inclusief de Westfriese Omringdijk, verder uit (kans).
> Verrijk de landschappelijke diversiteit door de afwisseling van natte en droge delen, zowel binnen- als buitendijks. Zo vormt de dijk inclusief het landschap aan weerszijden een aantrekkelijke groenblauwe structuur (kans).

Zuidelijke kustzone Enkhuizen-Hoorn:
> Behoud het kleinschalig en romantisch karakter van het binnendijkse landschap. Pas ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig in in het kleinschalige landschap en in de linten en behoud de bijzondere elementen zoals boomgaarden.
> Behoud de vrije ligging van de linten in het open landschap, zoals bij Schellinkhout. Verdicht het landschap langs de linten niet.
> Behoud vanaf de (niet geheel dichtbebouwde) linten regelmatig het zicht op het open en kleinschalige polderlandschap.

  • het vrijhouden van het zicht vanaf de Westfriese Omringdijk op het kleinschalige landschap en op het open water.
    > Houd langs de dijk de zone direct aan de voet van de dijk, de zogenaamde ‘kwaliteitszone’, zo veel mogelijk vrij van bebouwing en publiek toegankelijk.
    > Zorg ervoor dat in de zogenaamde ‘panoramazone’ van de dijk aantrekkelijke open ruimtes gehandhaafd blijven (zie structuur Westfriese Omringdijk). Zo ontstaat een afwisselend beeld vanaf de dijk het landschap in en vice versa.

2. De lineaire structuren zijn de dragers voor het aantrekkelijke woon- en werklandschap tussen Hoorn en Enkhuizen

Linten, waterlopen, spoor en wegen verbinden Hoorn en Enkhuizen. Dit zijn van oudsher de dragers voor de ruimtelijke ontwikkelingen.

Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij:

  •  het behouden van de linten tussen Hoorn en Enkhuizen als basis voor een aantrekkelijk (woon)landschap.
    > Behoud de lineaire structuren zoals als cultuurhistorisch waardevolle linten, waterlopen en voormalige waterkeringen en verbeter (waar mogelijk) de kwaliteit. Gebruik de linten als basis voor (kleinschalige) ruimtelijke ontwikkeling.
    > Behoud de landschappelijke en relatief open ruimte tussen Hoorn en Hoogkarspel.
    > Versterk waar mogelijk de kwaliteit van het aantrekkelijke landschap tussen Hoogkarspel en Enkhuizen (kans).
    > Versterk de recreatieve verbindingen tussen stad en landschap en verminder waar mogelijk de barrièrewerking van de grotere infrastructuur (kans).
    > Behoud en versterk de recreatieve betekenis van historische vaarwegen, zoals de vaarroute Hoorn-Enkhuizen (kans). 

 

3. De ontwikkeling van een robuust landschappelijk raamwerk binnen polder het Grootslag biedt ruimte aan (grootschalige) ruimtelijke ontwikkeling

Met de ruilverkaveling veranderde de vaarpolder in een rijpolder. Met de schaalvergroting van de agrarische bebouwing verandert het landschap verder. Nieuwe grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen zoals de bollenbroeierijen maken een robuust groen-blauw raamwerk noodzakelijk.

Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij:

  • het vrijhouden van ruimte tussen de linten met grootschalige agrarische bebouwing en de dijkzone/kernen.
    > Zorg dat de (linten met) grootschalige agrarische erven ruimtelijk gescheiden blijven van de kernen en kleinschalige, cultuurhistorische gebieden.
    > Houd het zicht op en vanaf de Westfriese Omringdijk(zone) vrij.
  • het behouden / versterken van de beplantingsstructuur en het patroon van sloten en weteringen in de polder.
    > Voeg langs wegen met erven (voornamelijk in oost-westelijke richting) eventuele opgaande beplanting alleen op de erven toe. Voorkom hier nieuwe wegbeplanting.
    > Versterk de groene aankleding van verbindingswegen zonder erven (voornamelijk in noord-zuidelijke richting) door wegbeplanting. Deze verbindingswegen vormen zo de voornaamste beplantingsstructuren (kans).
    > Benut de benodigde waterbergingsruimte (compensatie verharding) voor verbreding van de noord-zuid sloten in het gebied (kans).
  • het vrijhouden van ruimte tussen de linten.
    > De maximale diepte van nieuwe bebouwing is een derde van de polderslag (de ruimte tussen twee linten).
  • het behouden van het zicht vanaf de linten naar de polder en vice versa.
    > Houd het zicht op de open polder vanaf de kruispunten. Houd de kruispunten vrij van ruimtelijke ontwikkeling.
    > Houd bij voorkeur minimaal de helft van de lengte van het lint onbebouwd.

> Houd het doorzicht over de watergangen richting de polder achter het lint. Houd bij nieuwe bebouwing minstens driemaal de breedte van de watergang (een slootbreedte aan beide zijden van de sloot) vrij van bebouwing.

  • het situeren van de representatieve voorzijde aan het lint.
    > De erven hebben een representatieve uitstraling naar de weg. Situeer aan de voorzijde van het erf de woonfunctie/siertuin/representatieve ruimte.
    > Situeer de bedrijfsbebouwing en logistiek achter op het erf.

4. Overige ontwikkelprincipes

De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij:

  • het behouden en het zichtbaar/beleefbaar blijven van de huidige verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij (semi-)tijdelijke functies en opstellingen in het landschap, zoals voor zonne-energie. Zorg voor een ruime landschappelijke begrenzing van het terrein, die aansluit op het bestaande omringende landschap; vermijd hoge hekken in het landschap. Streef ernaar dat de opstelling kwaliteit toevoegt aan het bestaande landschap (zie in de Voorbeeldenbank de Kwaliteitsimpuls Zonneparken voor inspiratie).

 

Scroll down Back to top