Inpassing van zonneparken in het Noord-Hollandse landschap

De provincie Noord-Holland werkt, samen met haar partners, aan een volledig hernieuwbare energievoorziening in 2050. De komende jaren worden onze landschappen aangepast aan de energievoorziening van de toekomst. Er komen windmolens, evenals warmtenetten, geothermische installaties en niet te vergeten: zonnepanelen! In lijn met de voorkeursvolgorde zon (‘zonneladder’) dienen zonnepanelen zo veel mogelijk te worden gerealiseerd op daken en gevels, terreinen en objecten, andere functies dan landbouw of natuur (de eerste drie treden van de ladder). Zonnepanelen op (hoogwaardige) landbouw- en natuurgronden (trede vier) zijn in principe ongewenst, maar ook weer niet onmogelijk. Om de doelen voor hernieuwbare energie te halen lijken zonneparken in gebieden met deze functies ook noodzakelijk.  

De provincie streeft dan wel naar zonneparken met een zo hoog mogelijke bijdrage aan de fysieke leefomgeving. Het provinciaal beleid kent daarom een aantal spelregels voor het inpassen van zonneparken in het Noord-Hollandse landschap. De brochure Kwaliteitsimpuls Zonneparken laat zien hoe deze spelregels in de praktijk kunnen worden toegepast. Zo willen we gemeenten, initiatiefnemers en andere betrokkenen inspireren tot het ontwikkelen van zonneparken met zo veel mogelijk ruimtelijke kwaliteit. 

Oriëntatie en locatie - In het stedelijk gebied of daarbuiten

Juridisch-planologisch kader

De provinciale ruimtelijke spelregels voor zonneparken zijn opgenomen in Subparagraaf 6.2.3.2, artikelen 6.39a en 6.39b van de Provinciale Omgevingsverordening OVNH2022 en de bijbehorende nadere regels van Gedeputeerde Staten in bijlage 11, Afdeling 6, artikelen 6.1 t/m 6.4. Initiatieven dienen uiteraard ook te voldoen aan overig ruimtelijk beleid dat van toepassing is. Daaruit volgt primair wat het ‘laadvermogen’ van het landschap is (en dat het bijvoorbeeld binnen beschermingsregime NNN erg ingewikkeld kan zijn). 

De verordening ziet op het waar van zonneparken. Zo is een aantal kwetsbare gebieden uitgesloten, dienen zonneparken buiten RES-zoekgebieden zoveel mogelijk aan te sluiten op bestaande functies en wordt de ontwikkeling van zonnepanelen op infrastructuur en ‘nutsfuncties’ (zoals afvalstorten, rioolwaterzuiveringsinstallaties) gestimuleerd. 

De Leidraad Landschap & Cultuurhistorie 2018 ziet op het hoe van zonneparken, en biedt handvatten voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing. In de brochure Kwaliteitsimpuls Zonneparken worden deze handvatten uitgewerkt aan de hand van voorbeelden. 

Bekijk hier de digitale brochure Kwaliteitsimpuls Zonneparken